Station Tilburg is het centrale station van Tilburg. Het huidige stationsgebouw werd gebouwd in 1965 naar een ontwerp van architect Koen van der Gaast. Het station bestaat voornamelijk uit een hoge, opmerkelijk vormgegeven 'zwevende' overkapping, waaronder de perrons en de restauratie liggen.Station Tilburg werd begin 2013 verbouwd en voorzien van een nieuwe entree. Er kwam ook een brede passage door het station, die de Spoorlaan verbindt met het toekomstige stationsplein aan de noordkant. (Bron: Wikipedia).
Wat nu het stadsarchief van Rotterdam is, was vroeger de Rijks Automobiel Centrale (RAC). Deze werd in 1936 opgericht om het wagenpark van de PTT te beheren. Het garagegebouw in Rotterdam stamt uit 1958-1963.
Het gebouw is 90 meter lang, 50 meter diep en 13 meter hoog en heeft een oppervlak van 13.500 m2. Het heeft een zeer robuuste betonconstructie met kolommen op een basisraster van zeven bij tien meter. Verder zijn zeven voorgespannen betonliggers van 30 meter lengte gebruikt. De begane grond heeft een plafondhoogte van 3½ meter en bood plek aan honderd grote vrachtauto's, op de eerste verdieping was ruimte voor 150 en op de tweede etage voor 250 kleinere auto's. Behalve de garage was er op de begane grond een grote werkplaats; verder bevatte het gebouw kantoorruimtes, een kantine en dienstruimtes. Deze functies waren geconcentreerd in het oostelijke deel. Dit bouwdeel is als enige onderkelderd. De gevels zijn bekleed met geglazuurde blauwgroene baksteen, afgewisseld door betonbanden en glazen bovenlichten. De hoofdingang is gemarkeerd door een betonnen uitkraging met een reliëf van de Rotterdamse kunstenaar Kees Franse (1924-1982) met verzonken kleurvlakken. Franse bracht op symbolische wijze de verschillende bedrijfsonderdelen van de RAC aan.
Al in 1955 ontstonden de eerste plannen voor het Centrum Technisch Onderwijs, een scholencomplex in het Zomerhofkwartier. Van het begin af aan was er een gekromd hoofdvolume langs het Hofpleinviaduct bedacht met een apart gebouw voor de gymnastiekzalen. De gebouwen zouden aanvankelijk met elkaar verbonden worden door een luchtbrug. Het concept voor het schoolverzamelgebouw lag in de lijn van de verzamelgebouwen waarmee Rotterdam zo succesvol had geëxperimenteerd in de wederopbouw: bedrijfsverzamelgebouwen en winkelcentra. Ook bij deze combinatie van scholen lagen de voordelen voor de hand. Men kon flexibel gebruik maken van de beschikbare lokalen en faciliteiten delen. Daardoor konden met name de aula en de gymnastieklokalen van hogere kwaliteit worden. Uiteraard was de aangewezen architect voor een dergelijk grootschalig project Hugh Maaskant (1907-1977), die de Industriegebouwen en het Groothandelsgebouw had ontworpen. De Mastodont van Maaskant, zo werd het scholencomplex Technikon aanvankelijk genoemd. De naam Technikon kwam pas kort voor de opening. Niemand wist wat het betekende, maar het klonk goed.
Door de scholen in één gebouw te vestigen, zou er intern een grote flexibiliteit ontstaan en werden de gezamenlijke ruimtes, zoals de aula en de bibliotheek, beter toegankelijk. Bovendien kon Maaskant hiermee een groter bouwvolume realiseren dat een dominante plaats in het stadsbeeld zou kunnen opeisen. Maaskant probeerde zoveel mogelijk verschillende beroepsscholen in het complex te krijgen, zodat het nog groter kon worden. De theorielokalen kwamen in het gekromde bouwblok, dat uiteindelijk tien lagen hoog werd en zo een echte wand ten opzichte van het Hofpleinviaduct kon vormen. Het bouwdeel is 220 meter lang en 22,5 meter diep en staat op een onderbouw met vaklokalen. En er kwam een tweede bouwdeel langs de Heer Bokelweg, de ontvangsthal werd een aula voor 500 personen en de gymnastiekzalen kwamen in een aparte sporttoren, het Akragon. De verschillende bouwdelen werden onderling verbonden. De school werd gebouwd voor 3000 leerlingen.
Bron: wederopbouwrotterdam.nl/artikelen/scholencomplex-techniko...
Al in 1955 ontstonden de eerste plannen voor het Centrum Technisch Onderwijs, een scholencomplex in het Zomerhofkwartier. Van het begin af aan was er een gekromd hoofdvolume langs het Hofpleinviaduct bedacht met een apart gebouw voor de gymnastiekzalen. De gebouwen zouden aanvankelijk met elkaar verbonden worden door een luchtbrug. Het concept voor het schoolverzamelgebouw lag in de lijn van de verzamelgebouwen waarmee Rotterdam zo succesvol had geëxperimenteerd in de wederopbouw: bedrijfsverzamelgebouwen en winkelcentra. Ook bij deze combinatie van scholen lagen de voordelen voor de hand. Men kon flexibel gebruik maken van de beschikbare lokalen en faciliteiten delen. Daardoor konden met name de aula en de gymnastieklokalen van hogere kwaliteit worden. Uiteraard was de aangewezen architect voor een dergelijk grootschalig project Hugh Maaskant (1907-1977), die de Industriegebouwen en het Groothandelsgebouw had ontworpen. De Mastodont van Maaskant, zo werd het scholencomplex Technikon aanvankelijk genoemd. De naam Technikon kwam pas kort voor de opening. Niemand wist wat het betekende, maar het klonk goed.
Door de scholen in één gebouw te vestigen, zou er intern een grote flexibiliteit ontstaan en werden de gezamenlijke ruimtes, zoals de aula en de bibliotheek, beter toegankelijk. Bovendien kon Maaskant hiermee een groter bouwvolume realiseren dat een dominante plaats in het stadsbeeld zou kunnen opeisen. Maaskant probeerde zoveel mogelijk verschillende beroepsscholen in het complex te krijgen, zodat het nog groter kon worden. De theorielokalen kwamen in het gekromde bouwblok, dat uiteindelijk tien lagen hoog werd en zo een echte wand ten opzichte van het Hofpleinviaduct kon vormen. Het bouwdeel is 220 meter lang en 22,5 meter diep en staat op een onderbouw met vaklokalen. En er kwam een tweede bouwdeel langs de Heer Bokelweg, de ontvangsthal werd een aula voor 500 personen en de gymnastiekzalen kwamen in een aparte sporttoren, het Akragon. De verschillende bouwdelen werden onderling verbonden. De school werd gebouwd voor 3000 leerlingen.
Bron: wederopbouwrotterdam.nl/artikelen/scholencomplex-techniko...
Het Conservatorium Maastricht is een van de negen conservatoria in Nederland. Het hoofdgebouw is gelegen in het Jekerkwartier in het centrum van Maastricht. Het gebouw van architect Piet Dingemans uit 1961 is een rijksmonument sinds 16 augustus 2017.
De architecten Hugh Maaskant en Willem van Tijen realiseerden in het naoorlogse Rotterdam kort na elkaar een drietal verzamelgebouwen voor de industrie: aan de Oostzeedijk (1947), de Goudsesingel (1951) en het bekende Groothandelsgebouw aan het Weena (1953). Later zou Maaskant nog het Verzamelgebouw Zuidplein bouwen.
Opdrachtgever voor de industriegebouwen was de Industriestichting Rotterdam, een initiatief van de Kamer van Koophandel, opgericht in 1940. Er was na de oorlog veel behoefte aan praktische kantoor- en bedrijfsruimte. Maar het idee voor collectieve bedrijfshuisvesting was al ouder en vooral in Amerika al toegepast.
Het Industriegebouw is 110 meter lang en bevat 20.000 vierkante meter verhuurbaar oppervlak. Het gebouw heeft globaal een U-vormige opzet met drie hoge representatieve gevels. De U wordt aan het Achterklooster afgesloten door vijf lage hallen. Het gebouw wordt doorsneden door een expeditiestraat parallel aan de Goudsesingel. Oorspronkelijk bevonden zich op de begane grond showrooms en winkelruimte en op de vier verdiepingen erboven lagen de bedrijfsruimtes. Onder de kap bevonden zich de personeels- en directiekantine, vergaderruimtes en een viertal woningen. De hoofdentree ligt aan de Goudsesingel. Via galerijen aan de achterzijde zijn alle ruimtes bereikbaar.
wederopbouwrotterdam.nl/artikelen/industriegebouw-goudses...
Het Tomadohuis is een kantoorgebouw tegenover het treinstation van de stad Dordrecht, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het gebouw werd ontworpen door architect Huig Maaskant en tussen 1958 en 1962 gebouwd in opdracht van Tomado, een bedrijf dat allerlei hulpmiddelen voor in het huishouden maakte. Het pand staat op de gemeentelijke monumentenlijst.
Het gebouw was revolutionair voor zijn tijd: de volledige constructie rust op twee schijfvormige kolommen, en de onderste twee verdiepingen waren verder een volledig open ruimte: de gevels bestaan volledig uit glasplaten van 5,80 meter hoog. Hier bevond zich een lounge-achtige entree met de door Ludwig Mies van der Rohe ontworpen Barcelona-fauteuils. Licht is belangrijk voor het exterieur van het gebouw: de bovenverdiepingen zijn aan de buitenkant bedekt met witte tegeltjes om een groot contrast met de ramen te creëren. 's nachts gingen er in de vensterbanken speciaal ontworpen TL-armaturen aan zodat het contrast met de (dan donkere) buitenmuur werd omgekeerd. De ramen werden uitgevoerd zonder kozijnen om een strakke, gestreepte opbouw van het gebouw te bewerkstelligen.
Achter het gebouw werd een bijgebouwtje gemaakt voor de installaties en de personeelsingang. Het personeel kwam daar binnen en werd vervolgens met een roltrap naar het hoofdgebouw gebracht, hetgeen voor die tijd zeer vooruitstrevend was. Snufjes als deze waren er alleen om mensen mee te imponeren: na de roltrap (die van buiten zichtbaar was) moest men gewoon weer trappen beklimmen. Op het dak stond een gebouwtje dat dienstdeed als bedrijfskantine.
Naast de (automatisch in- en uitschakelende) roltrap bevonden zich in het gebouw nog vele andere installaties die toen zeer vernieuwend waren. Zo had men onder andere beveiligingscamera's, elektrische archiefinstallaties, airconditioning, elektrische luxaflexen van 32 meter lang, een bordenwasmachine, elektronisch aangestuurde buizenpostsystemen, liften voor post en voedingswaren, vuilstortkokers en elektrisch gekoelde drinkwaterfonteintjes. Ook was de entree op de begane grond volledig onbemand: als er iemand binnenkwam werd die door een damesstem uit luidsprekers begroet, waarna de lift automatisch openging met het knopje voor de receptieverdieping al ingedrukt. Dit leidde bij sommige bezoekers tot zoveel verwarring dat ze zich direct omdraaiden en het gebouw weer verlieten.
Metaaldraadgloeilampenfabriek Volt (kortweg Volt genaamd) was een bedrijf te Tilburg dat op 26 mei 1909 werd opgericht met het doel om gloeilampen te fabriceren. Het was daarmee een van de laatste zelfstandige gloeilampenfabrieken die in Nederland werden opgericht. Vanaf 1925 kwam de fabriek, die sterk was gegroeid, vrijwel geheel onder invloed van Philips.Ondertussen werd de doelstelling van het bedrijf aangepast. In plaats van gloeilampen ging men radio-onderdelen fabriceren, waaronder transformatoren en gelijkrichters. Vanaf 1928 werden er ook spoelen en variabele condensatoren geproduceerd, en deze producten zouden vele decennia lang het zwaartepunt van de productie vormen.De komst van de televisie bracht nieuwe opgaven met zich mee: spoelen, kanalenkiezers, deflectie-units en transformatoren waren nodig. In 1952 werd alweer en nieuwe hal gebouwd, en in 1961 een nieuw hoofdkantoor.In Tilburg werkten op het hoogtepunt van de groei, in 1961, 5049 mensen. Daarna nam het personeelsbestand langzamerhand af.Het 50-jarig jubileum in 1959 werd nog in een sfeer van optimisme gevierd. Er werd een reliëf aangeboden, waarin 'groei en samenwerking' tot uitdrukking werd gebracht. Langzaamaan echter begon de concurrentie uit het Verre Oosten heftiger te worden.Volt werd voorgoed stilgelegd in het jaar 1999.
Help & Contact|Club news|About ipernity|History|ipernity Club & Prices|Guide of good conduct Donate|Group guidelines|Privacy policy|Terms of use|Statutes|In memoria