Bij het verlaten van Mopti, op weg naar Pays Dogon (zie album Pays Dogon), verandert het landschap van vlak en bijna Nederlands (met zelfs een heus polderlandschap) al vrij snel in een heuvelachtige, en daarna bergachtige omgeving. Vanuit Mopti rijdt men glooiend het plateau op waarop zich de belangrijtste stad van de omgeving, Bandiagara, ligt. Dit stadje is de uitvalsbasis voor toeristische bezoeken aan het Pays Dogon en in het bijzonder de 200 kilometer lange falaise.

In het fantastische hotel 'Le cheval blanc' vonden we zeer prettig onderkomen met ronde, iglo-vormige kamers, voorzien van ventilatoren, een airco en een eigen badkamer. Alle gebouwen op het compex hadden dezelfde bouw, er is een minigolfbaan en een zwembadje. Luxe, kortom!

Bandiagara zelf heeft als stadje geen interressnte trekpleisters. Wel is het de ideale plaats om een goede gids te vinden en je te informeren over de mogelijkheden om de verschillende mooie en interessante plekken in de omgeving te bezoeken. Wij hebben gekozen voor een bezoek aan Borko en de zuidzijde van de falaise.

Borko is een dorp in het noorden op het plateau van Bandiagara, war krokodillen vrij rondlopen. Het idee is simpel: je betaald in het dorp een kip, deze wordt in stukken gehakt en daarmee worden de krokodillen uit het meer in het dorp gelokt. Vervolgens kun je foto's maken en desgewenst de krokodillen aanraken. Uiteindelijk concludeerden wij dat dit afstotelijker klinkt dat het in werkelijkheid was. De krokodillen zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen (wat ze ook daadwerkelijk doen) en zijn blijkbaar op hun gemak in en rond Borko.Naast de aanwezigheid van de korkodillen was vooral ook de tocht ernaartoe prachtig. Het is een ruig gebied met veel en afwisselend natuurschoon. Ook hier liet het voordeel van de aanwezigheid van Modibo zich gelden. Bij een pauze voor een picknick aan een watertje was een enkel vermanend woord genoeg om te zorgen dat we niet werden lastig gevallen door de kinderen uit het naburige dorpje. Dit klinkt verwend-westers, maar het rustig eten van je lunch terwijl er zo'n dertig kinderen om je heen drommen wordt op een gegeven moment knap vervelend. 's avonds keerden we moe maar een ervaring rijker, terug bij het hotel.

De volgende dag vertrokken we met onze gids, Lépé, voor een twee-daagse wandeling naar de falaise. Dit was qua natuurschoon en oorspronkelijkheid één van de fraaiste ervaringen die we hebben meegemaakt. Wandelen langs prachtige, traditionele dorpjes aan de voet van de enorme rotswand (de falaise de Bandiagara) waarboven in zich de bewaard gebleven gebouwtjes van de Telem bevinden. Langs kleine akkertjes waar alles met de hand wordt bewerkt, langs prachtige baobaps, vele vogelsoorten, droge rivierbeddingen en een constant veranderend landschap.

Is het gebied nu genoemd naar de huidige bewoners, de Dogon, vroeger woonden hier de Telem. Zij bouwden hun nederzetting hoog tegen de falaise aan, zodat ze beschermd waren tegen wilde dieren, zoals leeuwen, olifanten en hyena's, die in de streek toen nog volop voorkwamen. Ook onttrok de toenmalige hoge boombegroeing hun huizen aan het zicht van andere volkeren, waardoor ze lang onopgemertk bleven.

Aan het einde van de eerste wandeldag, kwamen we aan in het dorpje Yabatalou, waar we een avondmaal aten en op het dak sliepen, in de open lucht. De volgende morgen, na het ontbijt, wilde de dorpsoudste zijn wapentuig laten zien en demonstreren. Omdat ik van het afvuren van het oude geweer een goed close-up wilde maken, stond ik lekker dichtbij. Daar had ik spijt van toen hij eenmaal had gevuurd. Door teveel kruit in de kamer te stoppen, was de knal zo luid, dat ik dagenlang met een suizend oor heb rondgelopen. Ook miste ik van schrik het schot en het ontvlammende kruit wat ik graag had willen fotograferen.

De tweede wandedag liep eerst nog een stuk langs de falaise waarna we deze middels een kloof opklommen naar het dorpje Begnematou waar we zouden lunchten. Nog voor de lunch ging Lépé met iedereen die dat wilde een afdaling aan om beneden in een meertje te zwemmen.

Na de lunch had Lépé, onze vriendelijke en zeer behulpzame gids, nog een verrassing voor ons. Tijdens de wandeling had hij vrouwen gezien die met koopwaar de kloof afdaalden om op de markt onderaan de falaise te verkopen. Eén van hen had netmeloenen bij zich. Lépé had er enkele voor ons gekocht, als toetje na de maaltijd.

Na nog een halfuurtje lopen vanaf Begnematou kwamen we bij de auto aan die ons zou terugbrengen naar Bandiagara. Hiermee was onze reis in Pays Dogon ten einde.

Wat reste was de lange terugreis, met nog een tussenstop in Segou, naar Bamako.