Net als Djenné ligt Mopti (zie album Mopti) in de regentijd ingesloten door rivieren. De Niger en de Bani lopen rarallel aan elkaar langs het stadje. Dat heeft grote invloed gehad op het karater van de stad: het hart van het stadje wordt gevormd door de haven die enorm druk en bedrijvig is. Vele pinassen en piroques varen rond of liggen in de haven aangemeerd om te worden geladen of gelost. Na het verminderen van de relevantie van Djenné is de ecnomische macht van Mopti, mede door de scheepvaart en de visserij, gegroeit.

Na Djenné valt Mopti wat tegen. Niet alleen is het veel minder geconserveerd, ook is er minder te zien. Naast de haven is de moskee een toeristisch punt maar, ondanks het feit dat deze in veel beter staat van onderhoud is, is deze minder imposant en aan alle zijden benaderd door andere bebouwing.

Ook de verkopers in Mopti zijn ronduit vervelend. Nee is hier beslist nog geen nee en dat wekt wrevel op. Het restaurant Bozo is een aangenaamd rustpunt, met aan alle zijden uitzicht over de haven.