Vredig als een veertje,
dwarrelend in het rond
Waai ik met alle winden mee.

Ik ga en sta waar ik wil.
Maar soms kan ik niet verder
door de regen die mij nat en zwaar maakt,
Maar altijd komt de zon weer terug
die mij opdroogt met haar stralen van goud.

Vredig als een veertje dwarrel ik in het rond,
Opzoek naar een plekje
Waar de regen mij niet vinden kan.