Terwijl ik op iets of iemand wacht, maak ik een aantal foto’s in de woonkamer, met de telefoon. Op het station van Heerlen maak ik de – voorlopig – laatste paar foto’s met De Griet, die de volgende dag wordt ingepakt, en naar de reparatie gaat.
Maar ondanks dat De Griet er de halve maand niet is, brengt April toch een hele berg foto’s. Ik heb nu immers de telefoon, al is die minder geschikt om bij 100 km/h tegen het raam aan te duwen… ach, dan ga ik zelf maar naar buiten kijken, ik kan immers met de FaceTime-camera controleren, hoe ik er daarna uitzie. Voor panorama’s is de telefoon daarentegen wel erg geschikt, komt ook nog eens goed uit, nu ik net een tweede TFT (voor mijn redelijk kleine bureau) heb gekocht.
Ik heb uiteraard ook de analoge camera nog, en in een tussenuur maken we nog een reeks Gijzen. In mijn kamer heb ik een overvloed aan camera’s, in de koelkast een overvloed aan eieren.
Voor de Schoolkrant maak ik een serie van het schoolgebouw in het donker, voor zover het in mei überhaupt donker wordt voordat de conciërge de boel wil sluiten.
De dag erna is De Griet er weer, op tijd voor de meivakantie. Op Vrijdag komt Gijs nog langs, nadat we eerst een uur op het station van Heerlen hebben gewacht, omdat we tot drie keer toe terug moesten lopen omdat hij iets op school was vergeten. Thuis wil hij een foto van zijn oog hebben, wat ook lukt.
Ik ga nog even naar een fotobeurs in Aken, en dan gaat het met ouders richting Elzas.