Begin september werk ik aan het profielwerkstuk, waarvan een beoordelingsmoment nadert, verder speel ik in mijn kamer met een lampje en probeer ik o.a. “Idioot Groot” uit de losse hand te doen.
Om het honderdjarig jubileum te vieren werd er een foto met – bijna – alle leerlingen van de school gemaakt… ik had dat uur vrij, dus ik kreeg nog even iets van een mooi verlaten gebouw te zien.
Daarna komen langzamerhand al de laatste ontwikkelde fotorolletjes van de zomermaanden.
Ik mag een groepsfoto maken van mijn moeder met een aantal mensen uit het dorp. Verder tekeningen van het profielwerkstuk, die ik dan fotografeerde… en ook het kerstlogo van de Miksutettse Post werd in September ontworpen.
Ik heb de camera uiteraard weer bij me op weg naar school, en zo maak ik ook eens een foto op mijn nieuwe route via het Tempsplein. Tijdens mijn eerste maandagen op de studiebegeleiding ontdek ik de leuke lamellen op mijn kantoor.
Met het informaticaproject komen we voor het eerst in de geheime werkplaats van school, en thuis maak ik met de telefoon een paar foto’s van de Geit.
Nu de foto’s van de zomermaanden ontwikkeld zijn, ga ik weer eens naar Nijmegen, om ze in te scannen (en met de Yashica-middenformaatcamera terug te komen). Het weekend daarna zijn de eerste foto’s al afgedrukt, en terwijl mijn moeder bezoek krijgt van een oud-collega, ga ik de foto’s rondbrengen (en thuis met de ontwikkelaar klooien), naar Welten, Palemig, de Heerlerbaan (waar ik overigens met de Volvo terug naar het station werd gebracht… ik zo’n auto vraag je je toch echt af, wat bij de NS is foutgegaan… maar dat vraag ik me ook al af als ik in een Volkswagen zit… begint ook met een V, net als VIRM (en Volvo, ik zeg het er maar bij, voor mensen die aan het eind van de zin alweer vergeten zijn, wat er aan het begin van de zin stond… zoals de chauffeur van die Volvo)), en ook Valkenburg (begint ook met een V, net als Volkswagen, VIRM en Volvo… en Valkenburg voor de mensen die aan het eind van de zin…), aangezien ik door ‘tante Fien’ (begint… met een F), de quasi-grootmoeder van Gijsbert, was uitgenodigd eens langs te komen: daar is een heel jaar lang niets van geworden, dus heb ik de gelegenheid maar eens gebruikt, haar voor de laatste keer de hele lading van 113 Gijzen langs te brengen.
Een jongen uit Bocholtz was over dat laatste niet zo zeer te spreken… maar waar maakt-ie zich druk over, van iemand die zó lelijk is als hij, zou ik toch nooit vrijwillig een foto maken, laat staan mijn geld aan een afdruk verspillen, dus hij hoeft echt niet bang te zijn dat ik zijn grootmoeder een foto kom langsbrengen.